Zeeuws Energieakkoord

Op 21 december 2018 presenteerde Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatberaad, het ontwerp van het Klimaatakkoord aan het kabinet. Het Klimaatakkoord kent een sectorgerichte aanpak. Per sector is aan zogenaamde “tafels” onderhandeld en overlegd door experts en belanghebbenden. Per sector worden maatregelen voorgesteld om de CO₂-uitstoot te reduceren:

  • Elektriciteit
  • Warmte in de gebouwde omgeving
  • Industrie
  • Mobiliteit
  • Landbouw en landgebruik

Elektriciteit

Bij de opwekking van hernieuwbare elektriciteit op land (zon- en windparken) is de opgave is om landelijk een CO₂-reductie van 49% te behalen; dit komt neer op het opwekken van 84 TWh (terawattuur) aan hernieuwbare elektriciteit. Afgesproken is dat het merendeel op zee zal plaatsvinden en dat er een opgave op “land” resteert van 35 TWh.

Gebouwde Omgeving (warmte)

Binnen de sector Gebouwde omgeving staat het aardgasvrij maken van woningen en andere gebouwen centraal. De transitie van aardgas naar duurzame warmte zal via een wijkaanpak worden gerealiseerd (de zgn. Warmtetransitievisies).

In de Zeeuwse RES wordt momenteel samengewerkt aan een zogenaamde “Warmte Atlas”. Op basis van deze atlas wordt vroegtijdig op regionaal niveau inzicht gegeven in de (ruimtelijke) beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen, de totale warmtevraag en de bestaande en geplande infrastructuur voor warmte. Insteek is dat dit de gemeenten straks helpt om voor hun grondgebied Warmtetransitievisies en uitvoeringsplannen op wijkniveau te maken.

Industrie

Doel voor de industrie is een emissiereductie van 14,3 Mton CO2 in 2030. Ambitie voor 2050 is een bloeiende, circulaire en mondiaal toonaangevende industrie, met een uitstoot van broeikasgassen van nagenoeg nul. Dit vergt een ingrijpende systeemverandering – een transitie – op het gebied energie en grondstoffengebruik. Belangrijke thema’s hierbij zijn procesefficiency en warmtegebruik, elektrificatie en circulaire ketens. Uitgangspunten van het hoofdstuk industrie, zijn:

  • Partijen verbinden zich aan het halen van de CO₂-reductiedoelen voor 2030 (en 2050).
  • Nederlandse bedrijven moeten kunnen blijven concurreren met bedrijven in andere landen.
  • De meest kostenefficiënte opties krijgen voorrang om de energietransitie betaalbaar te houden.
  • De industrie moet het grootste deel van de kosten zelf dragen.
  • Afspraken moeten voor alle partijen uitvoerbaar en handhaafbaar zijn.

Deze uitgangspunten zijn vertaald in een programmatische aanpak die bestaat uit een mix van onder meer stimulerend instrumentarium, bedrijfsspecifieke afspraken en borgingsmechanismen. In 2019 vindt nadere uitwerking van de instrumenten plaats.

Voor Zeeland is het van groot belang om te kijken naar een ketenaanpak per industrieel cluster. Hiervoor biedt de uitkomst van de regiotafel Zeeland/West-Brabant en de roadmap van industrieplatform Smart Delta Resources een goed startpunt.

Mobiliteit

Op de mobiliteitstafel ligt een veelbelovend pakket aan mobiliteitsmaatregelen. Het kabinet kiest ervoor om zwaar in te zetten op elektrisch rijden, wat voor CO₂-reductie zal zorgen. De uitvoerbaarheid van dit pakket is echter nog onderwerp van gesprek en er moeten nog de nodige afspraken worden gemaakt over de concrete uitwerking. Hiertoe is in het Ontwerp Klimaatakkoord o.a. een nieuw instrument “Regionaal Mobiliteitsprogramma” geïntroduceerd om de doelen en maatregelen regionaal te concretiseren. Ook in Zeeland zal dit worden opgepakt.

Landbouw en landgebruik

Voor landbouw en landgebruik is een breed pakket aan maatregelen voorgesteld, waarmee in potentie veel CO₂-reductie gerealiseerd kan worden:

  • Een meer klimaatneutrale bedrijfsvoering voor
    • Varkens,
    • Melkvee,
    • Glastuinbouw.
  • Gezamenlijke aanpak veenweidegebieden.
  • Kansen benutten om meer koolstof vast te leggen in natuur, bos en landbouwbodems.
  • Een scenariostudie zal ons inzicht geven in de langetermijneffecten verduurzaming van de landbouw in termen van klimaat, grondgebondenheid en het sluiten van kringlopen.

Wel zijn er grote verschillen in de mate waarin maatregelen zijn uitgewerkt, omdat bij niet alle maatregelen de effectiviteit en haalbaarheid al voldoende bewezen is. Aan het nu geformuleerde pakket maatregelen leveren de provincies een stevige bijdrage vanuit hun rollen en verantwoordelijkheden op het gebied van vitaal platteland en ruimtelijke beleid. Uitvoering vindt grotendeels plaats via de landbouwvisie van de minister, het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland, het natuurbeleid, het GLB en bestaande gebiedssamenwerkingen.

Ruimtelijke ordening

Speciale aandacht verdient de ruimtelijke ordening (omgevingsbeleid). Het ontwerp Klimaatakkoord bevat bij gebouwde omgeving, industrie en elektriciteit het aparte hoofdstuk “Ruimte”, waarin instrumenten vanuit de Omgevingswet worden benoemd. De ruimtelijke gevolgen van de energietransitie kunnen immers groot zijn. Verankering van de klimaatafspraken in de Omgevingswet, en een goede afweging van belangen in bijvoorbeeld onze provinciale Omgevingsvisie zijn erg belangrijk. Het biedt ons ook de kans regionaal maatwerk te leveren.

Op de website klimaatakkoord.nl kunt u het document downloaden.